Het is donker in het Trapgat,
schat.
Weet je dat? Ik wist
haast zeker
dat er ergens in de deur
een sleutelgat moest zitten.
Ik kon het alleen zo gauw niet vinden.
Ja, na tien keer een leuk raakprik
had ik de hoop al opgegeven dat je nog
sliep, ja. Sorry.
Een paar biertjes met de jongens,
het was gezellig.
Je weet hoe dat gaat.
Nog een paar pilsjes.
Voor de jongens, natuurlijk.
Ik was zelf al vrij snel
overgestapt op Spa -Rood.
En toen had Corné nog een mooi verhaal
weer te horen.
Dat is meer dan mop eigenlijk.
Wat? Nee, ik zoek naar de enige plek
waar het mogelijk is
om me in het donker uit te kleden
zonder tafel of stoel om te stoten.
Het is koud in de meterkast, liefste.
Soepel ga ik in bed, Vini.
Doe net of jij nog slaapt.
Of die zucht uit een droom
te verklaren valt.
Als ik droom dat jij slaapt,
slaap ik ook. Het werkt. Ik voel het.
Ik ben bijna vertrokken.
Nog even en ik ben weg.
Jij kucht. Niet luisteren.
Jij kucht nog eens.
Niet laten afleiden.
Maar ik hoor al dat er een hoop overtollig slijm
in jouw keel vastzit.
Een hoestbui. Ik kan me nu niet langer schuilhouden.
Jij zit rechtop in bed te hoesten.
Je donkere silhouette schudt en trilt.
Ik zit rechtop naast je
en klop je op je rug.
Stil maar, schatje.
Stil maar. Het helpt niks. Ik sla wat harder.
Jij slaat terug.
Ik ga uit bed om een glaasje water
voor je te halen.
En even plassen.
En zelf een slokje water drinken.
Als ik terugkom bij het bed,
lig jij alweer in diepe slaap.
Ik hoor het aan je regelmatig
ademhalen
en je reageert niet als
ik je zachtjes aanspreek.
waarom? Waarom? Waarom fluister
ik jouw naam nog?
Ik wil het glas water naast jou bij het bed
neerzetten.
Naast jou bij het bed
staat een lamp met een snoer.
De lamp kon nog, het snoer niet.
Ik blijf haken. Ik hou het glas nog wel,
maar het glas het water niet.
Ik kan me ongeveer raden
waar het terecht kwam.
Naar luchthappend,
hoestend, proestend
schiet jij overeind.
Lekker fris, hè? Probeer ik nog.
Jij antwoordt in een nieuwe hoestbij.
Ik kruip achter je in bed
en begin je enthousiast op je
rug
te kloppen en te wrijven.
Na twintig seconden
enthousiast kloppen en wrijven
tuimel jij uit bed.
Verwarring, een donzen, dekbed,
kussens.
Ik ben je kwijt.
Net als ik in de lach wil schieten,
schiet jij in weer een hoestbij.
Dit lijkt me het uitgelezen moment
om jou eens te laten horen
wat ik vanavond zoal
gezongen heb op de karaoke machine.
Ik besluit op de 2 leukste coupletten van vrek,
zeg kerel, ben jij dat.
Je doet het lampje aan,
jouw vuurrooie gezicht gloeit
in het licht.
Dat was me nog nooit
eerder opgevallen.
Op een gegeven moment ben ik
achter de piano beland.
Ik heb de hele avond zitten spelen
en heb andere liedjes aan jou opgedragen. Hele
avond, ik dacht dat dat Ramses Shafi was.
Wil je wat horen?
Prachtige jas heb je aan, nieuw?
Nee, Robijn.
Schat,
je staat aan de verkeerde kant
van de deur.
Wat? Nee, je stond aan de verkeerde
Nou, dan doe je het weer.
Je zus? Ja, dat weet ik.
6 -8 -1 -1.
Nee, wacht even, ze heeft
het nummer veranderd.
Waarom zou ik je zus gaan bellen?
Weet je wel hoe laat het is?
Midden in de nacht.
Nee, daar zal ze blij mee zijn.
Ach, zo doe ik niet op, dan trut.