De ellende begon allemaal
door die babyfoam van jou.
We hebben een vergadering van de BV's.
Ja, we hebben tegenwoordig BV's.
Ik heb de zaterdagochtend BV,
omdat ik dat het mooiste moment
van de week vond vroeger.
En hij heeft de zondagochtend BV,
omdat ik de zaterdagochtend BV al had.
En samen hebben we de weekend
BV.
Ja, tegenwoordig hebben we drie BV's.
Vroeger hadden we één blauw boekje,
daar hadden we de boekhouding.
Boekhouding openen,
David drie tientjes,
handjes dichtknijpen,
einde boekhouding.
Tegenwoordig hebben we drie
BV's.
We moesten vergaderen,
maar meneer moest
ook op het kind passen.
Dus die hadden we zolang even in
de biljartkamer neergelegd,
met de babyfoon.
We hadden dus juist een of ander besluit doorheengehamerd. Ja,
dat we niet langer van plan
zijn
om nog langer vier uur
in de file te gaan staan...
...om er na de tv -show op
reis op te gaan leuken.
Hoewel de titel van het programma
meestalig gekozen is,
want elke keer als
wij in de studio aankwamen...
denk niet op reis,
hij is net zo goed zakkenvuller op zakenreis.
Of klote klapper op de Canarische
kutaarlanden.
Ondanks het feit dat jij ons de
afgelopen jaren
mateloos populair
hebt weten te maken in Hilversum,
zijn we niet meer van plan
om de hele dag de kleedkamer
te moeten delen
met het sluitposten en menselijke intelligentie
Gordel.
Mensen worden vriendelijk verzocht
een achtergrondje door te mailen.
Zingen wij in onze bluescreenkamer
een liedje voor hem?
Dan zippen we het weer terug.
Dan knip je er zelf wat leuks van.
We zitten te vergaderen
en de babyfoon gaat aan.
De babyfoon slaat aan.
Ik ben niet vaak thuis,
maar ik hoor dat dit
niet mijn eigen kind is.
Wij ontvingen een andere babyfoon.
Dan horen we dat het geen kind is,
maar een volwassen man die heel hoog
jammert.
Dan horen we een andere mannenstem.
En die huilende man nog zachter
en hoger huilend.
En dan horen we nog meer
geluiden.
Hoog, hard en schel. gemenemenemeneme
nem. En dan ineens heel hard en helder.
Kut, dat was een slagader,
denk ik.
En nog meer kut, kut, kut, kut,
gemenemenemenemen, kut.
Kortom, wij waren getuigen
van een afrekening in
het milieu.
En onmiddellijk reed bij ons de vraag,
wat doen criminelen met een babyfoon?
Wij ontvingen een 06 -telefoon.
We zitten in een verlaten ziekenhuis,
een leeg gebouw.
Midden in het lege gebouw
zitten wij met z 'n tweeën verbijsterend
te kijken naar die babyfoon.
Hou je bloed binnen, hoorden we.
Smack, en dan zit hij dood te bloeden.
Hij bloedt als een runt, hoorden we.
De man is duidelijk te verstaan.
Hij mag niet dood,
als hij dood is kan hij niet betalen.
En dan zegt iemand, ga even
naar die twee popmuzikanten boven
en vraag of ze wat gaffer tape hebben.
Fuck. Precies.
Want wij zijn theatermakers.
Precies. Ja, dat. Dat,
en we hebben geen gaffer.
En al hadden we wel gaffer,
dan gingen we het niet geven aan dat soort
types.
Want die tapen zijn lijkdicht,
de politie poedert onze vingerafdrukken tevoorschijn. En
voor je het weet moeten we naar Peter R. de Vries.
Zitten we weer in de file.
Er is een man naar ons onderweg.
Er is een man naar ons onderweg
met waarschijnlijk de bijnaam
van een eigenschap
die hij helemaal niet bezit.
Toffe Tony ofzo.
Of geduldige Gerrit.
Terwijl wij waren gewoon bezig met boekhouding.
Twee theatermakertjes.
Of popmuzikanten.
Ik ben iets geruster dan hij
omdat theatermakers op zich vrij oud
worden
en zelden iets drastisch overkomt.
Komisch duo gevonden
op de bodem van het ei?
Lees je niet vaak.
Kickboksers à la.
Wielrenners zelfs.
Maar niet Snip en Snap.
Niet Peppie en Kokkie.
Bassie, misschien.
Die zit vol kattenkwaad. Niet Adriaan.
Nou, ik ben behoorlijk in paniek, hoor.
Ik haat criminelen.
Typisch, die denken
dat ze boven de wet staan.
Zelfs bij de Godvader
dacht ik nog...
Ja, allemaal leuk en romantisch,
maar je weet dat het eigenlijk niet
mag, Michael.
Ik draai de babyfoon uit.
Straks komt ie binnen,
hoort ie z maten, zijn wij de lul.
Heel goed.
Ik ren naar de poelkamer en pak m 'n zoon.
Je schiet niet op iemand
met een kind op z armen.
Nee, je schiet niet op de pianoplayer.
Ik geef hem m zoon
en ga achter de piano zitten.
Ik doe de deur van het slot.
Heel goed, want die gasten
trappen hoe dan ook je deur in
en dat geeft m 'n rotzooi.
Er verschijnt een schaduw
achter het matglas.
Een man met een hoed op.
We zien een arm naar de deurklink
gaan.
De kruk gaat naar beneden.
Deur gaat open,
we zien een arm en een been in een zwarte broek.
Er staat een man in de deuropening,
lang, zwart gekleed, broodmager.
Hij zwijgt.
Dan tilt hij met één vinger zijn hoed op
en zegt hij...
Hebben jullie geffer?
Nee. Oké, doei.
Spannend verhaal, hè?
We hebben allemaal verzonnen.
Een hele voorstelling van gemaakt,
spetterende try -outs
tot in Nijverdal.
We komen het podium van Nijverdal af,
onder klaterend applaus.
We meppen elkaar op de schouders,
voor jou ook goed, voor jou de beste.
We gaan even zitten,
we doen even de boekhouding,
David drie tientjes.
Einde boekhouding.
Einde boekhouding.
We gaan aan het welverdiende pils
en dan komt er een man
die kleedkamer binnen zetten, zeg.
En die man gaat zitten,
En die man zegt, jongens, geweldig,
zeg.
Prachtig verhaal, zeg.
Prachtig verhaal,
maar dat gaan we dus niet spelen,
Ik zeg, hè?
Hij zegt prachtig verhaal,
maar dat gaan we dus
Ja, dat heb net verteld.
Was er een beetje als de dikke
en de dunne naar die man te kijken?
Zij dacht dat jij de
dunne was, ja?
Die man zegt, prachtig verhaal,
ik heb geen flauw idee
dat jullie dit kunnen weten.
Geen onaardige man.
Helemaal geen onaardige man.
Hij legt 1000 gulden neer.
David heeft nog nooit zoveel
geld
bij elkaar gezien.
Hij zegt, kleine tegemoetkoming,
wij begrijpen elkaar.
We begrijpen elkaar best.
Alles
Alles wat wij verzonnen hadden,
bleek echt gebeurd.
Alles wat wij verzinnen, gebeurt echt.
Ik roep die man terug,
ik zeg allemaal leuk en aardig,
maar nou hebben we geen programma
meer hè, natuurlijk.
Enig idee waarom we z 'n tweeën op het podium
moeten gaan doen,
hij zei nou dan speel je toch wel liedjes,
ik ken jullie sowieso alleen maar van de cd's.